Aikido kan het best omschreven worden als een niet-destructieve zelfverdedigingskunst. Het woord Aikido is zo ongeveer te vertalen als "de weg van de harmonie" (ai'= harmonie; 'ki'= levenskracht, zowel voor het individu als het universum; en 'do'= weg, levensweg). Aikido is een vorm van budo (de 'weg van de krijger’, verzamelnaam voor verschillende Japanse krijgskunsten). Als krijgskunst stelt het ons in staat ons te verdedigen met de blote hand tegen één of meer tegenstanders, gewapend of ongewapend. Maar in tegenstelling tot andere budovormen speelt lichamelijke kracht bij Aikido geen rol. Het doel is om een tegenstander van zijn agressief voornemen af te brengen en dit te neutraliseren, in plaats van hem te verslaan. Geweldloosheid is het grondbeginsel van Aikido.
De bewegingen van het Aikido zijn cirkelvormig en roterend en hebben als doel uit de lijn van een aanvallende partner te stappen en deze te werpen of onder controle te houden. De bewegingen worden uitgevoerd vanuit het centrum van het lichaam, de hara (3 cm onder de navel). Om de energie, de 'ki' van de partner goed aan te voelen is ontspanning uiterst belangrijk. Hierdoor gaat de eigen 'ki' stromen en kan men de techniek maken. Het gaat bij Aikidotechnieken dus niet om (spier)kracht, maar juist om de kracht van ontspanning. Ook de ademhaling speelt een belangrijke rol. Aikido houdt zowel lichamelijke als mentale training in. De geest wordt geoefend om kalm te blijven, hoe onstuimig de omstandigheden ook zijn. Hierdoor groeien we ook spiritueel, en leren we in harmonie te leven met onszelf, anderen, en uiteindelijk ook met het universum. De weg daartoe houdt voortdurende training van lichaam en geest in. Het is niet de bedoeling om te vechten en te winnen. Het Aikikai-Aikido kent dan ook geen competitie en wedstrijden. Bij het trainen spreekt men daarom niet van 'tegenstanders' maar van 'partners'.
Aikido werd in de eerste helft van de vorige eeuw ontwikkeld door Morihei Ueshiba in Japan. Veel basisvormen zijn afgeleid van oudere Jujutsu-technieken, en van de hantering van zwaard, stok en lans. Deze oorspronkelijke vorm wordt wel met 'Aikikai-Aikido' aangeduid. Het wereldcentrum van het Aikikai-Aikido, de 'Hombu Dojo', bevindt zich in Tokio. Deze en andere Aikido-stijlen hebben zich inmiddels internationaal verspreid. Binnen de ASA wordt Aikikai-Aikido beoefend.
Aikido is voor iedereen: vrouwen en mannen, jong en oud, gevorderden en beginners trainen met elkaar. Ook mensen met een handicap (mits met functionerende armcoördinatie) kunnen in principe meedoen, na overleg met de hoofdinstructeur.
Het Aikikai-Aikido kent een gradensysteem, oplopend van 6e t/m 1e kyu (ondergraad), gevolgd door 1e dan (graad) en hoger. Voor graden t/m 3e en soms 4e dan wordt in de regel examen afgenomen. Daarboven gebeurt de toekenning op aanbeveling.
Voor kinderen geldt een aangepast gradensysteem met gekleurde banden. De volgorde van de kleuren is: wit, rood, geel, oranje, groen, blauw, bruin. Voorafgaand aan de kleur kan je een tot drie slippen halen. Dus eerst 1-3 rode slippen, dan rode band, daarop 1-3 gele slippen, gele band, enz. Bruine band staat gelijk aan de 3e kyu bij volwassenen.
Bij examens gaat het niet alleen om het 'kennen van de technieken'. Houding, balans, gebruik van ki enz. zijn minstens net zo belangrijk!